Welmoed Sijtsma in Veronica Magazine
Source
Foto: Mike van den Toorn

Welmoed Sijtsma uit het Friese Hardegarijp gaat als een Apollo. Ze is net 29. Eén van haar collega’s bij de met veel kabaal gelanceerde talkshow Op1, tv-icoon Charles Groenhuijzen, is 36 jaar ouder. Moet de komeetachtige ster zichzelf weleens in de wang knijpen? 

Nog geen minuut na de afgesproken tijd stuurt ze een Whatsapp-berichtje: ‘Ik zit bij Bar Boon. Mijn telefoon is bijna leeg, maar ik zit strategisch dus je kunt me niet missen.’ Buitengewoon attent, maar Welmoed Sijtsma is sowieso niet te missen. Ze heeft het uiterlijk van een fotomodel, met haar lange, blonde lokken en stralende lach. Ze heeft net Goedemorgen Nederland gepresenteerd en een cappuccino voor zichzelf besteld. 

Als ze ziet dat haar afspraak met de fiets is, voelt ze zich bijna schuldig. “Eigenlijk moet ik ook sporten”, zegt ze verontschuldigend. “Het scheelt dat ik niet een slecht levenspatroon heb, maar dat sporten wil maar niet lukken. Gelukkig heb ik geen aanleg om dik te worden. Met kerst heb ik weer enorm zitten vreten en toch kom ik niet aan. Maar ik heb meegedaan aan De IJzersterkste, een programma waarin ik met andere tv-mensen heb leren schaatsen. Ik was vaak buiten adem…”

Waarom moet je sporten als je het niet leuk vindt?
“Nou, anders word ik slap, haha. En dat schaatsen vond ik wel leuk. Ik ben ook wel jaloers op mensen die een sport hebben waar je helemaal verslingerd aan raakt. Dat je het echt integreert in je leven, dat het een passie is en geen moeten. Ik denk altijd: shit, ik moet weer naar die sportschool. Ik heb er nooit zin in en bedenk altijd duizend dingen die ik veel liever doe. Je hebt ook mensen die voor de spiegel staan met gewichten, verbetering zien en daar helemaal enthousiast van worden. Ik heb dat nog nooit van mijn leven gehad. En ik weet wel dat het voor de rest van je leven een positieve invloed heeft. Erik Scherder, de hersenman, kwam een keer langs bij De IJzersterkste. Hij legde uit hoe goed het is voor je brein. En ik moet zeggen: tijdens die schaatsweken zat ik er ook echt lekker in, tijdens mijn presentaties. Als je sport, werken je hersenen sneller en maken ze betere verbindingen, of iets dergelijks.”

Article continues after the ad

Waarom ben je eigenlijk gaan schaatsen?
“Ik werd gevraagd. Eigenlijk ben ik niet zo van dat soort programma’s. Ik wil ook nooit meedoen aan iets waarvan ik weet dat het verschrikkelijk gaat worden. Dan pas ik liever. Klinkt misschien stom, maar ik ben ook gevraagd voor Maestro. Maar ik ben a-muzikaal, ik zing verschrikkelijk, kan geen maat houden en kan niet dansen. Dat is dus niks voor mij. Maar dat schaatsen leek me wel leuk omdat ik dacht dat ik het wel kon leren. Zo heb ik ook meegedaan aan de Jumbo-racedagen op Zandvoort, waar we echt professioneel leerden autoracen. Daar bijt ik me echt in vast dan. En dat wilde ik met dat schaatsen ook doen. Ik wist dat ik daar niet outstanding slecht in zou zijn, als geboren Fries.”

Je durft wel. Racen en schaatsen met publiek op de tribune… Dat geeft een kick?
“Nou, nee hoor. Dat vind ik best eng. Ik wilde ook geen bekenden van me op de tribune zien toen ik Op1 voor het eerst presenteerde. Dan voel ik me op mijn vingers gekeken en daar ben ik dan toch mee bezig. Vrienden, familie, iedereen wilde komen. Ik heb gezegd: doe maar niet. Het zou me alleen maar afleiden.”

Je kreeg lovende kritieken als debuterend talkshowhost. Hoe vond je zelf dat het ging?
“Ik was blij dat er geen dingen grandioos zijn misgegaan. En ik was blij met de positieve reacties. Maar belangrijker: ik vond het erg leuk om te doen. Ik heb van tevoren ook écht gedacht: waarom dóe ik dit eigenlijk? Iedereen had het erover, er werd een enorme druk opgelegd, er werd zelfs gesproken over een talkshow-oorlog. Ik snapte dat wel; als ik er zelf niet bij betrokken was geweest had ik er ook van alles meegedaan in Goedemorgen Nederland. Het werd zó groot gemaakt. Ik dacht: wat ga ik in hemelsnaam doen? En dan was er ook nog eens live publiek en dat is eigenlijk niets voor mij. Op de dag zelf bouwde de spanning zich op, zat ik in de zenuwen tijdens de schmink en kreeg ik op het laatste moment te horen dat er nog van alles was veranderd. Maar wat heel chill was: toen de eerste woorden over tafel gingen, was het weg. De knop ging meteen om.”

Heb je nog getwijfeld of je het wel moest doen, het belangrijkste programma van de publieke omroep presenteren?
“Nee. Toen werd besloten dat Sander (Schimmelpenninck, Welmoeds vaste Op1-partner op donderdag, red.) en ik het mochten doen, kon ik duizend redenen bedenken waarom ik het niet moest doen. Te spannend, kan ik dit wel, er kon zoveel fout gaan… Na wat wikken en wegen dacht ik: fuck it! Het zou zó dom van me zijn als ik dit niet zou doen. De kans van mijn leven in een vak dat me zo aantrekt. Ik mocht een programma doen waar het nieuws van de dag centraal staat. Ja, natuurlijk zei ik ja.”

Heb jij Sander als duo-partner uitgekozen?
“Nee, dat heeft de NPO bepaald. We hadden chemie, konden meteen goed met elkaar opschieten. Ik heb wel nog gevraagd: mocht Sander kiezen met wie hij wilde? Nou, zo was het dus niet gegaan. Ik weet wel dat de NPO Sander graag wilde en toen zijn ze gaan kijken naar het best klikkende duo. Je moet natuurlijk wel bij elkaar passen.”

Pas je echt bij hem? Jullie lijken elkaars tegenpool. Hij, de brutale, eigenwijze jongen die graag tegen schenen schopt en jij, de wat terughoudende, respectvolle interviewer. 
“We kunnen in ieder geval goed opschieten met elkaar. En waarom zou je gelijkgestemd moeten zijn? Ik ben nuchter en dat is goed, naast hem. Hij kan een hautaine opmerking maken over ‘deeltijdprinsesjes’ vanuit zijn mannetjes-bubbel waar mensen van opschrikken. Alsof alle problemen zijn opgelost als we allemaal fulltime werken en alleen daar nog mee bezig zijn. Hoe fijn is het niet als je niet de pleuris werkt en ook een beetje geniet van het leven? Ja, dan ben ik er om hem een elleboogstootje te geven. Ik vind het ook leuk om hem een beetje te prikken, een beetje belachelijk te maken. Hij doet dat ook met mij. En dat is prima.”

En hoe is het voor jou dat een Op1-collega als Charles Groenhuijsen je vader had kunnen zijn en al bijna veertig jaar in het vak zit?
“Dat soort vergelijkingen laat ik meteen los. Anders word ik zenuwachtig. Mij is ook gevraagd: ben je er klaar voor? Natuurlijk niet. Ik ben 29. Ik kan alleen mijn best doen en dicht bij mezelf blijven.”

Het lijkt je allemaal zo makkelijk af te gaan. Ben je een natuurtalent?
“Nee, dat ben ik niet. Ik ben wel mezelf, hoef niets te spelen. Ik doe niet alsof ik geïnteresseerd ben en stel ook geen vragen omdat iemand anders wil dat ik die vraag stel. Verder ben ik geen stresskip, dat scheelt ook. Maar ik zal mezelf nooit een natuurtalent noemen. Kijk maar eens naar mijn eerste Jeugdjournaal. Dat kan ik je sterk afraden, echt verschrikkelijk. Ik mag Op1 presenteren omdat ze kennelijk iets in me zien. Maar ik heb ook gewoon mazzel gehad. Eerst werden wat collega’s benaderd en gescreend en toen het programma mogelijk uitgesteld moest worden omdat er kandidaten afvielen vroeg de NPO aan WNL of ze een pilot wilde maken met duo-presentatie. Daar zat ik toen ook bij en kwam ik ineens in beeld bij Op1. Soms heb je een beetje geluk nodig.”

Je uiterlijk zal ook een rol gespeeld hebben. Je bent erg knap en…
“Het is echt super-awkward als je dat zo zegt!”

De vraag is: is het een voor- of nadeel als je er goed uitziet? 
“Uiterlijk speelt een rol op tv. Als je voorkomen tegenstaat of afleidt, dan werkt het niet. Aan de andere kant krijg je snel het stempel van: die zit daar alleen maar omdat ze er leuk uitziet. Ik heb in een gesprek aan tafel een blik van iemand gezien van: o jee, gaat ze nog kritische vragen stellen ook? Daar had die persoon niet op gerekend. En ook dat kan een voordeel zijn. Als je wordt onderschat kun je daar weer gebruik van maken. Maar ik zie op Twitter ook wel de berichten: blond dus dom. Daar ga ik me echt niet druk om maken.”

Je bent vaak te zien in Goedemorgen Nederland en nu dus voor een miljoenenpubliek in Op1.  Kun je nog wel fatsoenlijk je boodschappen doen?
“Ik word zelden herkend. Toen ik het Jeugdjournaal deed werd ik veel vaker aangeschoten. Er is ook een verschil tussen kinderen en volwassenen. Oudere mensen kijken wel, maar zeggen niets. Een kind zegt meteen wat. Zo van: ‘Hey Welmoed, wat ga jij eten vandaag? Sperziebonen? Oké, doei!’ Dat is superleuk. Kinderen zijn oprecht. Vaders zeggen zelden wat, tenzij ze halfzat in de kroeg staan. En laatst kwam er een jongen in een café naast me staan die zei: ‘Jij bent toch van de ochtend-tv? Dat kijk ik altijd met mijn huisgenoot!’ ‘Nou,’ zei ik, ‘dan maken we toch even een selfie?’ Zag ik in een flits dat hij stiekem al onwijs veel foto’s van me had gemaakt. Awkward. Maar waar hebben we het over? Zo bekend ben ik niet.”

En je bent een nuchtere Friezin, dat scheelt. Waarom ga je eigenlijk in Zaandam wonen? 
“Dat is een ingewikkeld punt. Mijn vriend en ik komen allebei uit Leeuwarden en zouden ooit graag terug willen. We wonen nog in Amsterdam en hebben een huis in Zaandam gekocht. Huizen in Amsterdam zijn niet te betalen en Zaandam is best leuk, hoor. En het ligt redelijk centraal. En ik ben niet zo’n typical hipster Amsterdammer, die alle trends volgt en naar populaire plekken in de hoofdstad moet. Ik ben gewoon een stuk saaier. In Amsterdam gaat het ook zo vaak over werk als je mensen spreekt. Baas dit, bonus dat… Ik vind het veel fijner om over andere dingen te praten. Nou goed, wellicht gaan we ooit terug naar Friesland, we weten het nog niet.”

Eerst trouwen?
“Zeg… We hebben net een huis gekocht, dus voor trouwen hebben we geen geld. En met kinderen ben ik ook nog niet bezig. Ik heb wel een toekomstdroom…. Het liefst heb ik een huis naast het huis van mijn beste vriendin. En dan hebben we beiden veel kinderen en is het een zoete inval. Gaan wij aan de wijn, houden we de kinderen in de gaten met een babyfoon en zo groeien we samen op. Dat lijkt me echt fantastisch.”

Dit interview komt uit Veronica Magazine nummer 5.

More content below the advertising