Er is een kamer in mijn huis waar meer dan duizend dvd’s en blu-rays staan. De manier waarop ze georganiseerd zijn, is veelzeggend: twee derde van de collectie is onderverdeeld in voor mij logische partities, waarbinnen de boel in kasten met glazen deuren keurig gealfabetiseerd is. De rest – de meest recente aanwinsten – ligt er maar een beetje omheen, vaak nog in het plastic.

Begin jaren negentig ben ik begonnen met films verzamelen, toen nog op VHS. Een fortuin heb ik erin gestopt, en toen kwam de dvd. Net als iedereen wilde ik alleen nog maar digitaal en kon ik die videobanden aan de straatstenen niet kwijt. Na een treurige episode in opslag in een bedompte kelder kon ik de boel wegdonderen. Ik heb alle films die ertoe deden opnieuw gekocht op dvd, sommige later zelfs nóg een keer op blu-ray. Daar kwamen een heleboel nieuwe titels, speciale edities en seizoenen van tv-series achteraan.

Toen ging ik samenwonen en kwam de nog veel grotere collectie van mijn vriendin er ook nog bij. We hebben alles netjes samengevoegd en daarna nog veel gekocht, maar gaandeweg steeds minder en nu is het punt bereikt dat er amper nog wat bijkomt. En als ik nu thuis een film kijk, gaat dat via Netflix – zelfs als ik ’m ook boven in de kast heb staan. Weg met die stoffige zooi dan maar weer? No way. Je weet maar nooit wanneer Netflix besluit om Star Trek: The Next Generation er weer af te gooien. En dan zit ik gebakken, ha!

More content below the advertising