Eén belofte: ik zal niet twerken

Mocht u mij een keer in een andere outfit willen zien dan sportkleding of een polo, dan is woensdag 19 december dé kans daarvoor.

Dan is namelijk de verkiezing van Sportman van het Jaar. Dus dat betekent smoking. Nu hoor ik u denken: Maar het is toch lichtjaren geleden dat jij zelf gesport hebt? Zijn die er in jouw maat? En daarbij, je hebt toch nooit echt iets groots gepresteerd? 

Dat klopt bijna allemaal, alleen als coach van Nederlands beste tennisster Kiki Bertens, ben ik dit jaar genomineerd als coach van het jaar. Leuk natuurlijk, betekent dat het behoorlijk wat mensen is opgevallen dat ze een buitengewoon goed jaar heeft gehad. En dat ik er iets mee te maken heb. Maar dat is het precies. Iets mee te maken. Hoeveel weet niemand, ik ook niet. En dat maakt ook niet uit. Het gaat om Kiki, zij heeft al die balletjes met verdomd aardige snelheid over het net en binnen die lijnen geslagen. Ik niet.

U kunt zich misschien voorstellen dat dat dan behoorlijk raar voelt als coach, dat jij wel genomineerd bent en de speler niet. Een beetje alsof de visite alleen mij bedankt voor het heerlijke eten terwijl ik alleen de boodschappen heb gehaald en Fatima drie uur bezig is geweest om die butter chicken op smaak te brengen.
 

Dus zonder Kiki, maar als Team Bertens naar het Sportgala 19 december. En hopen op een avond waarbij de sport in het zonnetje wordt gezet. Ik weet zeker dat dat het idee van de organisatie is, alleen is de bal daar de afgelopen jaren een paar keer behoorlijk misgeslagen. Rare muziekkeuzes, slechte cabaretstukjes, grappig bedoelde filmpjes van genomineerde sporters, ze zijn regelmatig voorbijgekomen. Het valt ook niet mee, iedere keer iets nieuws verzinnen. Wat van mij trouwens ook helemaal niet zou hoeven. Prop het gewoon barstens vol met de mooiste sportbeelden van het jaar. Goeie muziek eronder. Klaar.

Maar het kan altijd erger. Bij de uitreiking van de Gouden Bal voor de beste voetballers zo’n drie weken geleden, werd de Deense winnares Ada Hegerberg gevraagd om op het podium te twerken. Dat kan ik u in ieder geval beloven, dat ik bij winst niet zal twerken. En bij verlies ook niet. Dan kunt u met een gerust hart inschakelen woensdagavond 19 december, mocht u iets met sport hebben.

Hij heeft bijsluiters lezen als hobby

Raemon Sluiter houdt van humor op tv en hij lag altijd dubbel om de mannen van Jiskefet. Nu is het Philippe Geubels die hem buikpijn van het lachen geeft. 

Ik hou van humor. In het dagelijks leven, maar zeker ook op tv. Er is zoveel shit, zoveel droefenis, dan gaat er niks boven even heerlijk lachen.

Als vroeger Jiskefet op tv kwam, kon ik daar al twee dagen van tevoren klaar voor zijn. In de tijd van hun grote succes Debiteuren Crediteuren lachte ik de hele dag als Edgar. Als er gebeld werd was het Juffrouw Jannie met de koffie en iedere lunchpauze werd aan m’n vrienden gevraagd wat zij erop hadden. Vervolgens een welgemikte worp van m’n brood in de prullenbak, begeleid met een “Toedeledokie”. Mocht u niet weten waar ik het over heb, toets op YouTube Debiteuren Crediteuren in en uw leven zal nooit meer hetzelfde zijn.

Maar sinds de mannen van Jiskefet is het een stuk minder lachen. De Lama’s vond ik knap vanwege de snelheid van de grappen, maar schateren was het niet. Draadstaal deed later een dappere poging, maar ook zij konden wat mij betreft niet tippen aan Jiskefet. Net niet grof genoeg, iets te zelfgenoegzaam, het was ’t voor mij net niet.

Maar er is iemand die wat mij betreft wel het humor-niveau van Jiskefet haalt. Dat is onze zuiderbuurvriend Philippe Geubels. U weet wel, die kale Belg die praat als een verkouden, vastzittende grammofoonplaat.

Het begon allemaal met de grappige stukjes uit de Belgische versie van De Slimste Mens. Waar bij ons Maarten van Rossem als oude brombeer vertelt waar hij niks mee heeft, zet Philippe en z’n maten met geweldige verhalen de kijkers op het verkeerde been. Grappig, onderkoeld en soms een beetje over het randje. Zoals het bij humor hoort. Binnen de lijntjes is hartstikke mooi voor een kleurplaat, voor humor is het ’t over het algemeen niet.

En gelukkig gaan we meer van ’m zien. Vanaf deze week presenteert Philippe een medische quiz genaamd Is Er een Dokter in de Zaal. Hierin zullen twee teams van vier bekende Nederlanders het tegen elkaar opnemen. Allemaal leuk en aardig, maar het gaat om onze quizmaster natuurlijk.

Het schijnt Philippes hobby te zijn bijsluiters te lezen. Dat snap ik wel. Als je een zalfje neemt tegen schaafwonden, maar je leest vervolgens dat je er psoriasis, uitdrogingsverschijnselen, darmkanker, keeltyfus, aids, syfilis, en nog vele andere aandoeningen of ziektes van kunt krijgen, zou ik er ook om moeten lachen, hoe triest het ook is.

Is Er een Dokter in de Zaal is vanaf 24 januari iedere avond om 21.30 uur op RTL 4 te zien. Het zou in deze niet zo vrolijke tijd zomaar een prima tijdelijk medicijn kunnen zijn, waarvan je hooguit wat buikpijn en kramp in je kaken krijgt.

Bird Box was zo een groot succes voor Netflix dat de streamingdienst opeens kwam met kijkcijfers. Onze columnist Klaas was blij verrast met deze openheid. 

Als filmfan ben ik heel blij met Netflix. In ‘het wereldje’ ligt de grootste streamingservice al sinds het grote succes moeilijk, omdat ze het traditionele model van de bioscoop als heilige premièreplek van films in de kliko hebben geknikkerd, maar ik kan er alleen maar heel gelukkig mee zijn.

Neem nou bijvoorbeeld twee van de beste films van afgelopen jaar: Roma, het schitterende Mexicaanse familiedrama van Alfonso Cuarón en Vice, de vlammende satire over de politieke spelletjes van Dick Cheney. De eerste kun je inmiddels al een maand op je gemakje thuis bekijken via Netflix en de tweede wordt om de een of andere reden nog meer dan vijf weken vastgehouden voordat mensen hem in Nederland in de bioscoop kunnen bekijken. Welke partij heeft hier nou de klantvriendelijkste aanpak?

Maar ook op het gebied van het betere popcornwerk begint Netflix terrein te winnen. Hun grootste klapper op dat vlak is Bird Box, waarin Sandra Bullock en twee kinderen geblinddoekt proberen te ontsnappen aan gekmakende wezens. En om te bewijzen dat ze een hit in handen hebben, deed Netflix iets dat ze anders nooit of te nimmer doen: de kijkcijfers bekend maken. Dat gaf een zeldzaam kijkje in die raadselachtige wereld.

De eerste zeven dagen dat Bird Box online stond, werd hij door 45.037.125 accounts bekeken, zo twitterde Netflix. Als je dat zou omrekenen naar bioscoopkaartjes – niet dat dat eerlijk zou zijn, maar voor de gein - dan heb je het over een opbrengst van honderden miljoenen. Maar wat houdt ‘bekeken’ nou precies in?

Helemaal afgezien, of tellen vijf minuten net zo goed mee? Ook dat verklaarde Netflix nader: zij tellen ‘m als je minimaal zeventig procent van de film hebt afgespeeld. En twee keer op hetzelfde abonnement geldt maar voor één keer. Maar hoe dan ook: dat waren heel veel clicks. Leve de vooruitgang!