Die vraag werd gesteld in een artikel dat ik las over Mowgli, een Junglebook-film die op de rol stond voor oktober.

Stond, want de film komt niet meer uit in de bioscoop, maar zal ergens begin 2019 zijn première beleven op Netflix. Ik snap wel hoe dat komt, want zo gaat dat vaak met films waar de verantwoordelijke studio opeens geen vertrouwen meer in heeft: ze sparen verdere kosten uit door het hele bioscooptraject over te slaan en hopen dat er op een andere manier nog een paar centen uit te slaan zijn. Vroeger was dat dvd, nu zijn dat streamingdiensten zoals Netflix.

Meestal zijn het ook niet de beste films waarmee dit gebeurt. Maar bij Netflix zijn ze niet stom. Natuurlijk valt er geld te verdienen met het aanbieden van films waar het om wat voor reden dan ook anders mee is afgelopen dan ooit de bedoeling was: als er toffe acteurs in zitten of het verhaal op z’n minst aanlokkelijk klinkt, zijn er altijd wel mensen die ernaar willen kijken.

Neem nou The Cloverfield Paradox, die net zo’n route volgde als Mowgli: het bleek een flutfilm, maar een heleboel mensen hebben ‘m toch bekeken. Maar begin dit jaar had Netflix Annihilation, die in Amerika nog wel de bios had gehaald, maar de rest van de wereld moest streamen. Dat was een geweldig stukje scifi-horror, alleen commercieel totaal kansloos. En ik denk dat Mowgli, een duistere variant op het bekende verhaal met onder meer Christian Bale, Cate Blanchett en Benedict Cumberbatch, in die categorie valt. Het mooie is dat regisseur Andy Serkis zich nu helemaal niet meer hoeft in te houden met de gruwelijkheden. Geluk bij een ongeluk dus.

'Ik scheurde volledig uit m'n broek!'

Nog even volhouden en dan zit die ellendige komkommer-tv-zomertijd erop. Dan is het gelukkig weer tijd voor nieuwe afleveringen van oude favorieten en splinternieuwe formats. Maar tot die tijd moeten we nog een kleine twee weken met herhalingen doorkomen. En dat gaat de NPO je zo makkelijk mogelijk maken door vanaf vanavond iedere werkdag rond 19.30 uur de 'celebrity' versie van de Britse First Dates te laten zien. 

First Dates is misschien wel het leukste tv-programma van de afgelopen jaren. Hierin kunnen mensen zich opgeven, of laten opgeven, voor een blind date. Door middel van informatie die verstrekt is, wordt er iemand voor ze gezocht die zo goed mogelijk bij ze zou moeten passen. Samen eten ze dan in het First Dates Restaurant, compleet met gastman, barman en twee lieve dames in de bediening, die waar mogelijk geruststellen en het ijs wat proberen te breken. Aan het einde van het etentje komt de grote vraag: gaan ze voor een tweede date?
 

Zelf heb ik aardig geluk gehad met m’n laatste First Date. Nou ja, geluk… Er werd geen etentje in een restaurant gepland, maar een wandeltje in het Kralingse Bos. Na een stukje lopen, besloten we even te gaan zitten op één van de vele bankjes. Er ontstond een serieus, fijn gesprek. Echt zo’n gesprek waarin de zenuwen die door je lijf gieren, langzaam in kleine vlinders wordt omgezet. Toen we een kwartier later besloten te gaan en ik opstond van het bankje, bleek het touwtje dat in een van de zakken van m’n legerbroek zat (die waren in de mode toen, echt waar), op miraculeuze wijze vastgeknoopt te zijn aan het bankje, en scheurde ik m’n broek volle bak kapot.

Wat bleek nou: deze vrouwelijke versie van Ralph Inbar had me gevraagd naar een lief hondje te kijken op het bankje ergens links van me, terwijl ze aan de rechterkant het touwtje uit m’n broekzak haalde en dit vastknoopte... Er kwam toch een tweede date, en nu elf jaar later zijn we nog steeds bij elkaar. Het was de eerste, maar zeker niet de laatste keer dat ze me in de maling nam. Degene die mijn optreden als lijdend voorwerp in Bananasplit hebben gezien een aantal jaar geleden, zal dat waarschijnlijk niet verbazen.

Ik heb denk ik de helft van de afleidingen gezien, dus ik ga zeker kijken. Ik hoop op weinig gebroken harten, en veel gescheurde kleren. 

Er is een kamer in mijn huis waar meer dan duizend dvd’s en blu-rays staan. De manier waarop ze georganiseerd zijn, is veelzeggend: twee derde van de collectie is onderverdeeld in voor mij logische partities, waarbinnen de boel in kasten met glazen deuren keurig gealfabetiseerd is. De rest – de meest recente aanwinsten – ligt er maar een beetje omheen, vaak nog in het plastic.

Begin jaren negentig ben ik begonnen met films verzamelen, toen nog op VHS. Een fortuin heb ik erin gestopt, en toen kwam de dvd. Net als iedereen wilde ik alleen nog maar digitaal en kon ik die videobanden aan de straatstenen niet kwijt. Na een treurige episode in opslag in een bedompte kelder kon ik de boel wegdonderen. Ik heb alle films die ertoe deden opnieuw gekocht op dvd, sommige later zelfs nóg een keer op blu-ray. Daar kwamen een heleboel nieuwe titels, speciale edities en seizoenen van tv-series achteraan.

Toen ging ik samenwonen en kwam de nog veel grotere collectie van mijn vriendin er ook nog bij. We hebben alles netjes samengevoegd en daarna nog veel gekocht, maar gaandeweg steeds minder en nu is het punt bereikt dat er amper nog wat bijkomt. En als ik nu thuis een film kijk, gaat dat via Netflix – zelfs als ik ’m ook boven in de kast heb staan. Weg met die stoffige zooi dan maar weer? No way. Je weet maar nooit wanneer Netflix besluit om Star Trek: The Next Generation er weer af te gooien. En dan zit ik gebakken, ha!