De oude meester werd als een held onthaald

Toen Halloween in de bioscoop verscheen in 1978 was ik drie jaar, dus om nu te gaan verkondigen dat ik een fan ben van het eerste uur, is wat overdreven. 

Ik gok dat ik ’m eind jaren tachtig voor het eerst heb gezien, in de tijd dat big baddie Michael Myers het in de videotheek met collega-killers Freddy Krueger en Jason Voorhees uitvocht om de gunsten van de slasher-fans. De zwijgzame bruut met zijn William Shatner-masker (echt waar) is altijd mijn favoriet van alle movie maniacs gebleven, ook al zijn er in al die jaren meer flutsequels van Halloween gemaakt dan leuke.

Intussen zijn we veertig jaar verder en zijn we toe aan de twaalfde film waarmee het origineel naar de kroon wordt gestoken, simpelweg Halloween getiteld. Niet geheel toevallig koos John Carpenter, de regisseur van de film uit 1978, dit moment om een wereldtour te doen langs allerlei zaaltjes, waar hij compleet met band zijn zwaar op de synthesizer leunende filmmuziek ten gehore brengt. Toen hij daarbij Utrecht aandeed vorige week, wilde ik dat uiteraard niet missen.

Het publiek leek op dat wat je tegenkomt bij een optreden van Metallica of Iron Maiden: mannen van rond de veertig in zwarte T-shirts, al dan niet met tekeningen van uitgeholde pompoenen erop. Ze onthaalden de oude meester (70 is hij intussen) als een held toen hij zwaaiend het podium op schuifelde en knikten ritmisch mee op de klanken uit The Thing, Escape from New York en uiteraard Halloween. Het had zowaar wat weg van een popconcert en dat zie ik niet veel andere regisseurs voor elkaar krijgen. Ik ga de setlist nog eens terugluisteren op 31 oktober, met een lekker bordje pompoensoep erbij.

More content below the advertising

Halloween draait vanaf donderdag 1 november in de bioscoop.