Veronica Magazine's filmredacteur Romy van Krieken over haar belevenissen in de bioscoop én in Hollywood. 

Als er een vraag is die je eigenlijk nooit moet stellen als journalist, dan is het wel: hoe was het om te werken met... Want of je dat nu vraagt aan de filmster, de cameraman of de derde figurant van rechts, je krijgt altijd een variatie op “O, die was geweldig! En zo talentvol! En blablabla.” Het is het meest voorspelbare en zinloze antwoord dat er bestaat, want no way dat die lui iets negatiefs zullen zeggen, noch dat ze allemaal hartsvrienden zijn geworden. Het is heus niet omdat het stiekem bitches zijn, maar omdat ze op de set een paar weken intensief samenwerken en elkaar dan pas een jaar later weer zien bij de perspresentatie, waar die flutvraag nog steeds niet is uitgeroeid.

Maar als mensen uit de Harry Potter-wereld het zeggen, geloof ik ze. Tijdens de acht films met Radcliffe & co. was duidelijk dat die kids dikke mik waren en blijkbaar zit er iets in de lucht van het JK Rowling-universum. Want als we in Londen zijn om de acteurs van Fantastic Beasts: The Crimes of Grindelwald (vanaf 14 november in de bios) te spreken, horen we Jude Law, Zoë Kravitz en Eddie Redmayne al van ver aankomen; lachend met elkaar als een stel uitgelaten tieners. En dat is erg aanstekelijk, want binnen de kortste keren vergeet je dat het een interview is en zitten we gezellig met elkaar te kletsen over wat ze nu weer op de set hebben beleefd. En we hoeven echt niet te vragen hoe het was om te werken met... Want het is duidelijk dat ze elkaar geweldig vinden. En talentvol. En blablabla. 

 

More content below the advertising