Source
Foto: Mike van den Toorn

Veronica Magazine sprak met Freek Vonk over zijn nieuwe theatershow. Lees het complete interview hier terug.

Freek Show. En dus niet: Freak Show. Want Freek Vonk leert ons dat niets in de natuur eng, vies, gek of walgelijk is. Wel bijzonder, héél bijzonder. En dus hoopt de bioloog met de gespierde armen weer een hoop mensen wijzer te maken, in zijn zesde reeks eindejaarsshows. 

Freek heeft het razend druk met de voorbereidingen van zijn nieuwe Afas-show Dwars Door De Wildernis én staat op punt van vertrekken naar Kenia, voor opnames van Freeks Wilde Wereld. En je zou het bijna vergeten, maar dr. Freek is natuurlijk ook wetenschappelijk onderzoeker bij Naturalis. We interviewen hem op het kantoor van Studio Freek, dat is gevestigd op een knusse zolderetage in Amsterdam-West. Buiten tikt de temperatuur de vijf graden aan, maar Freek draagt slechts een T-shirtje (en oké, een spijkerbroek). Op zijn gespierde bovenarm zijn de niet-misselijke littekens van de haaienbeet nog altijd duidelijk zichtbaar.

Hoe gaat het nu met je arm, ruim tweeënhalf jaar later? Heb je nog last van die beet?
“Nee, ik heb er geen last meer van. Wel heb ik nog steeds geen gevoel in mijn huid, over de hele arm. Dat was sinds de beet al zo en het was ook het enige waar ik me een beetje zorgen over maakte; ik voelde mijn huid niet. De chirurg zei dat het vrij normaal was. Het gevoel kan terugkomen, maar ook niet.”  

Article continues after the ad

Dus je kunt een brandende aansteker onder je arm houden, maar daar voel je niets van? 
“Dat voel ik echt wel. Want de dieperliggende zenuwen werken gewoon. Maar als ik mijn arm aai, dan voel ik niets. Knijp ik erin, dan voel ik het weer wel. Kippenvel heb ik dan weer niet. Wel op mijn linkerarm, niet op mijn rechterarm. Dat is alles. Dus eind goed, al goed.”

Je hebt trouwens onwijs gespierde armen en ook de rest van je lichaam is superfit.
“Ik sport veel; ga vier, vijf, soms zes keer per week naar de sportschool. Ik heb een personal trainer, zodat ik niet hoef na te denken wat ik wel en niet moet doen. Houdt hij allemaal in de gaten. In mijn sportschool kan ik daarna ook nog zwemmen en even de sauna in. Ik heb dat gewoon nodig. Zo kan ik mijn energie kwijt. Na afloop voel ik me helemaal opgeladen. Héérlijk. En vergeet niet: voor mijn werk moet ik fit en sterk zijn. We klauteren vaak dagenlang door de jungle, op zoek naar dieren, en dat hou je echt niet vol als je een slechte conditie hebt.”

Laten we het over je eindejaarsshow hebben. Waarin wijkt deze zesde editie af van de vorige vijf?
“Het format staat vast en daar ga ik niet veel van afwijken. Ik bedoel, ik ga niet ineens zingen of dansen. Ik vertel over de avonturen die ik dit jaar heb beleefd, ik deel mijn liefde en passie voor de natuur. Ik laat mooie en bijzondere beelden zien. Ik wil het publiek, jong én oud, anderhalf uur meenemen op een spectaculaire reis door de wildernis, terwijl we toch gewoon in Amsterdam blijven. Dat is ieder jaar hetzelfde doel. Wel anders dan vorige jaren zijn de special effects, maar daarover ga ik niets verklappen.”

Als je al vijf van zulke shows hebt gemaakt, is het dan niet moeilijk om ideeën te bedenken voor een zesde? Ben je niet bang dat je in herhaling valt?
“Ik moet er natuurlijk voor zorgen dat dat niet gebeurt. Gelukkig is er oneindig veel te vertellen over de natuur en maak ik ook ieder jaar weer veel mee. Maar ik ben een perfectionistisch type, dus ik vind het heel belangrijk dat de show goed is. Mijn team en ik werken daar keihard aan. Ieder jaar is het weer een uitdaging en ook dit jaar is het weer gelukt. Maar als er een jaar komt waarvan ik denk: ik heb niets meer, dan stop ik ermee. Gelukkig zijn we nog lang niet zover.”

Heb je ook een doel met je shows, behalve vermaken?
“Het publiek moet naar huis gaan met de gedachte: wauw, wat is de natuur toch bijzonder en wat moeten we er goed voor zorgen! Al die bijzondere plekken en dieren hebben het lastig, dus we moeten ervoor zorgen die niet verdwijnen. Dat is wel de boodschap die ik wil meegeven.” 

Kinderen spelen hierin een belangrijke rol.
“Een essentiële rol. Kinderen zijn de toekomstige natuurbeschermers. Kinderen zijn van nature al heel erg geïnteresseerd in dieren en wildernis. Dat vuurtje probeer ik aan te wakkeren en aan te houden. Dat mag niet langzaam doven.”   

In een van je vorige shows liep je met een slang om je nek door het gillende publiek. Schiet zo’n slang daarvan niet in de stress?
“Het welzijn en de gezondheid van de dieren staat altijd voorop. Ik werk al tientallen jaren met deze dieren, ik ben er gespecialiseerd in. Ik weet dus heel goed wat ik wel en niet kan doen. Als ik zo’n slang aan het publiek laat zien, dan is dat altijd een slang waarvan ik weet dat hij heel relaxed is. Niet stressgevoelig. Gewend is om af en toe gehanteerd te worden. Een goed leven heeft. En vooral: geen enkele last van het feit dat hij even wordt meegenomen door zo’n zaal. En dat garandeer ik je. Anders zou ik het nooit doen.”

In je tv-programma’s zit je ook vaak aan dieren. Daar is weleens kritiek op.
“De natuur is keihard. Meedogenloos. Elk dier dat ik vang om te laten zien, zit onder de krassen en littekens van gevechten met soortgenoten of potentiële roofdieren waaraan ze net zijn ontkomen. Denk je dat als ik zo’n dier vang – voorzichtig, want ik weet precies wat ik doe – dat het daar ook maar één seconde last van heeft? Natuurlijk niet. Ik laat het meteen weer vrij, het kruipt lekker de bosjes in en gaat verder met wat het aan het doen was. Wat ik doe, heeft nul komma nul negatief effect op zo’n dier. Maar het is wel even in beeld geweest, ik heb er mooie dingen over kunnen vertellen en ik hoop dat ik bij kinderen het vuurtje heb aangewakkerd. Ik wil wel benadrukken dat je zeker niet alle dieren moet aanraken.”

Op je YouTubekanaal staat een filmpje waarin een enorme wolf tegen je aanspringt en je gezicht likt. Ben je levensmoe? 
“Haha. Ik hóu van het leven. Ik ben absoluut niet suïcidaal. In het geval van die wolf, wat inderdaad een heel grote was, wist ik precies wat ik deed. Al lijkt het misschien voor de kijker niet zo. En mocht het misgaan, hoewel die kans heel klein is, dan weet ik precies wat ik moet doen. Echt, ik doe zoiets niet zomaar, ik doe het heel gecontroleerd. Ik denk dat jij zo dadelijk meer risico loopt op je fiets, dan ik met zo’n wolf.”   

Maar hou je er nooit serieus rekening mee dat je wordt gedood door een dier?
“Nee, dat doe ik niet. Want ik ga ervanuit dat ik met mijn kennis de situatie op juiste wijze kan inschatten. Daar vertrouw ik op. Mocht het toch eens misgaan, dan heb ik een geweldig leven gehad. Ik ben de hele wereld over gereisd, ik heb de mooiste dingen gezien. Maar ik wil nog heel veel dingen ontdekken, dus ik ben absoluut van plan nog een tijdje te leven.”

En je bent fantastisch met kinderen, dus ik neem aan dat je zelf ook kinderen wilt?
“Eerlijk gezegd ben ik daar helemaal niet mee bezig. Ik doe nu wat ik het liefste doe. Wat de toekomst brengt – ik heb werkelijk geen idee.”

Tenslotte, dr Freek, wat is de belangrijkste les die wij van dieren kunnen leren?
“Duurzaamheid. In de natuur is alles in balans. Er gaat niets verloren. Als een dier sterft of wordt gedood door een leeuw, dan worden de grote happen vlees door de leeuwentroep verorberd. Daarna komen de hyena’s. Vervolgens de gieren en de jakhalzen. En daarna de vliegen en de maden. Zo’n beetje alles wordt gebruikt. Wat er overblijft, zakt in de bodem, waarna die afgebroken voedingstoffen worden opgenomen door de planten. Niets wordt verspild. Zouden wij mensen een voorbeeld aan kunnen nemen.” 

 

Dit interview staat in Veronica Magazine, nummer 49

More content below the advertising