Zombibi: Interview met Mimoun Ouled Radi
Mimoun Ouled Radi speelt de hoofdrol in de actiecomedy Zombibi, maar hij wil ook graag eens een serieuze rol spelen. „Ik word te vaak getypecast.”
Het café-restaurant zit opvallend vol voor een doordeweekse dag, maar Mimoun Ouled Radi (34) laat even op zich wachten. Of zien we de acteur daar toch? „Sorry dat ik te laat ben, maar er is bij me ingebroken. Er is gelukkig niks waardevols verdwenen.”
De inbrekers waren zombies zeker?
„Ik keek net een documentaire over echte zombies! Een man was dood verklaard, begraven en achttien jaar later stapte hij levend zijn kist uit!”
Geheel toevallig zit rapper Yes-R, maker van de titeltrack van Zombibi, verderop aan een drankje. Ouled Radi: „Leuk, dan kun je een dubbelinterview houden!”
We zijn hier speciaal voor jou, Mimoun. Waar gaat de film Zombibi over?
„Het is een film waarin twee broers in de gevangenis belanden. Hun droom is om een kebabtent te beginnen. Terwijl ze moeten brommen, verandert iedereen in zombies. We moeten vervolgens de wereld zien te redden. Je moet als kijker vooral lekker je verstand op nul zetten en genieten.”
Hoe heb je de opnames ervaren?
„Het was tijdens de ramadan, wat een lastige periode voor mij is. Ik dacht de hele dag aan voedsel, terwijl de cast en crew lekker konden eten. Een zware tijd dus, maar erg leuk! Het is trouwens geen echte horrorfilm, die wil ik nog wel een keer maken. Ik denk dat de regisseur die mij cast ook een hoop aan make-upkosten kan besparen, haha. Maar eerst ga ik me meer op serieuze rollen richten. Ik heb nu wel genoeg comedy’s gemaakt.”
Serieus?
„Ja. Ik wil ook voor andere rollen gevraagd worden. Ik word nog te vaak getypecast. Het kan dat ze het niet aandurven met mij vanwege een soort Shouf Shouf Habibi-stempel. Begrijp me niet verkeerd, ik ben gezegend met mijn baan, maar ik wil nog meer kunnen doen.”
Zie jij jezelf als rolmodel voor de Marokkaanse jeugd?
„Zeker niet. Maar ik gedraag me wel altijd netjes. Ik steel niet, ik drink niet en ik rook niet. Ik heb wel een grote mond, maar die heb ik steeds beter onder controle. Ik ben in de eerste plaats voorstander van mensen die keihard voor hun centen moeten werken. Het is zo makkelijk om in de criminaliteit te komen. Ik groeide op in Amsterdam-Oost, toen een gevaarlijke buurt. Toch heb ik me staande weten te houden, dankzij mijn opvoeding. En ik ben bovendien niet verantwoordelijk voor elke Marokkaan, net als elke Marokkaan niet voor mij verantwoordelijk is.”
Veronica Magazine nr. 07 – (AS)


