Filmrecensie
George W. Bush, de man die de geschiedenis ingaat als de slechtste president die Amerika ooit heeft gehad, zat nog een kleine drie maanden in het Witte Huis toen deze biopic in de bioscoop kwam. Dat was nog geen enkele president gelukt. Stone pakt het leven van Bush Brolin) op in zijn studententijd en laat zien hoe hij als het zwarte schaap van de familie vol politici te lijden heeft onder de voortdurende afkeuring van zijn vader George Bush senior (Cromwell). Zo gek is dat niet: W. zuipt als een malloot, kruipt dronken achter het stuur en wipt er lustig op los. Maar ook als hij eenmaal is afgekickt, Jezus heeft gevonden en de politiek is ingegaan, kan hij niks goed doen. Tussen deze scènes door zien we hoe Bush en zijn adviseurs de invasie van Irak voorbereiden en uitvoeren. Het levert een boeiend portret op. Anders dan Stones Nixon en JFK houdt W. zich niet bezig met complottheorieën of analyses van politiek handelen: het gaat steeds om het hoe en waarom van George Bush als mens. Dat deze man totaal ongeschikt was als president, is een conclusie waar niemand omheen kan. Wel jammer dat Stone zich niet iets te veel heeft ingehouden. Stone neemt geen stelling tegen de man die hem toch behoorlijk tegen de haren in heeft gestreken. Belangrijke momenten, zoals de ‘gestolen’ verkiezing in Florida, komen nauwelijks aan bod. Ook het moment dat Bush hoorde dat 9/11 aan de gang was, wordt amper behandeld.