Filmrecensie
Als je het nog niet wist en je hebt het ook bij de aantiteling gemist, dan zal het begin van Sin City nogal vaag overkomen. Het gaat hier namelijk om een stripverfilming - en misschien wel de allerbeste ooit. Niet omdat het verhaal zo vreselijk boeiend is, of omdat de personages zo goed zijn uitgewerkt en goed worden neergezet. Nee, gewoon omdat Sin City er ook uitziet als een strip. Alleskunner Rodriguez werkte nauw samen met auteur Frank Miller - hij kreeg zelfs een co-regiecredit - om diens grimmige stad Sin City zo getrouw mogelijk in beeld te brengen: scherp contrasterend zwart-wit met af en toe een felle kleur. Verder laat Rodriguez zijn acteurs traag bewegen en hun soms nogal stijve en dan weer hilarische dialogen en voice-overs monotoon inspreken en zweven de auto's op hoge snelheid altijd iets boven de grond. Het machismo druipt ervan af, niet raar in een stad waar het altijd nacht is en die bevolkt wordt door corrupte cops, vuile gangsters, mutanten en lekkere wijven. De volledig digitaal in elkaar gezette decors creëren een perfect sfeer, die we kennen uit de film noirs uit de jaren '40, waarin hard-boiled privédetectives als Phillip Marlow en Mike Hammer het geboefte te lijf gingen. In de drie verhalen van Sin City zijn dat Willis, Owen en de onherkenbaar (en nog lelijker dan-ie echt al is) opgemaakte Rourke. Zonder uitzondering gaan ze snoeihard te werk, waarbij bloed en ledematen uitbundig in het rond vliegen. Jammer dat het wat lang duurt, want het laatste (Willis-)hoofdstuk is eigenlijk niet zo bijzonder leuk meer. Zeker na de fantastische episode rond Owen, met daarin de door Rodriguez' maatje Quentin Taranatino geregisseerde achtervolgingsscène.