Filmrecensie
Met slaande deuren en veel bombarie brak M. Night Shyamalan met Disney, toen de ‘powers that be’ zijn nieuwste scenario niet wilden verfilmen. Hij was woest, riep dat creativiteit niet op prijs werd gesteld en bewees vervolgens dat ze bij Disney helemaal gelijk hadden door de film toch te maken. Zijn wereldhit The Sixth Sense heeft Shyamalan nooit meer kunnen evenaren, maar met Lady in the Water loopt hij definitief aan de grond. Positief is dat de twist-koning eindelijk zijn bekende ‘onverwachte’ plotwending aan het einde laat varen. Goed is ook de rol van Paul Giamatti, die als conciërge van een groot appartementen-complex niet met de film ten onder gaat. Met de arrogantie van een Titanic-kapitein wil Shyamalan een sprookje in een moderne setting vatten, maar het resultaat is zo absurd, dat het maar moeilijk te geloven is. Nu blinkt Hollywood al niet uit in realisme, maar dit verhaal over een waternimf die naar de mensheid gezonden wordt om te helpen, raakt kant noch wal. Ze huist in het zwembad van het appartementen-complex, wordt op de hielen gezeten door een soort wolf met een grasvacht, en moet opgehaald worden door een gigantische adelaar. Shyamalan probeert met zijn films wat magie in de moderne wereld te stoppen, maar hij slaat door. Als een mislukte goochelaar die telkens ‘tada’ roept, zonder dat er een konijn uit de hoed wil komen. Voor elk probleem dat zich voordoet, tovert hij een oplossing uit de hoge hoed, die hij ter plekke lijkt te hebben bedacht. Dat pik je één of twee keer, maar niet een hele film lang.