Filmrecensie
István Szabó draaide in 1988 al een biopic over de joodse helderziende/hypnotiseur Erik-Jan Hanussen, die door Klaus Maria Brandauer een perfecte vertolker had. Dus kunnen Roth en regisseur Herzog eigenlijk alleen maar door de mand vallen in deze film, die overigens geen remake is. Hier ligt de nadruk wat meer op Hanussens (Roth) eveneens joodse variétépartner Ahola, die als krachtpatser langs de nachtclubs meereist. Dit alles aan de vooravond van Hitlers succesvolle greep naar de macht; in een tijd dus dat de joden in Duitsland op korte termijn een enkeltje concentratiekamp te wachten stond. Herzog schreef een scenario waarin hij niet duidelijk kan maken wat hij nu wil vertellen, laat staan dat hij iets kan toevoegen aan Szabó's film. Dat zijn acteurs het werk niet aan kunnen mag Herzog zichzelf ook aanrekenen. Roth is zeker geen slechte acteur, maar deze rol had-ie beter over kunnen slaan, terwijl de onbeholpen Ahola doet denken aan Schwarzenegger in zijn Hercules-tijd. Voor Invincible werkte Herzog vijftien jaar lang vooral in het theater en als documentairemaker. Wellicht is in die tijd hij het maken van een fictiefilm grotendeels verleerd. Want dat hij het ooit wél kon getuigen zijn hoogstandjes Fitzcarraldo en Aguirre, der Zorn Gottes. Ook bekend onder de Duitse titel Unbesiegbar.