Filmrecensie
De crew van Gangs of New York had bij Oscaruitreiking tien teleurstellingen weg te slikken - geen enkele van de nominaties werd beloond met een beeldje. Regisseur Scorsese's lang gekoesterde droom is dan ook niet 'een van de tien beste films aller tijden', zoals een recensent al vóór de release riep, maar gewoon een goede film. De regisseur wilde Gangs al aan het eind van de jaren '70 schieten, vlak na Taxi Driver, maar na het floppen van een aantal grote historische producties kwam daar niets meer van terecht. Tot DiCaprio interesse had en de vastgeroeste tandwielen weer in beweging kwamen. Het is dat Gangs of New York gebaseerd is op het gelijknamige geschiedenisboek uit 1928, anders zou de setting lang niet zo fascinerend of zelfs geloofwaardig zijn. Zo'n honderdvijftig jaar geleden was New York een chaotische, zeer gewelddadige smeltkroes. Vreemd uitgedoste bendes hadden de macht in handen en vochten met primitieve slag- en steekwapens complete veldslagen uit. DiCaprio duikt na een lang verblijf in een weeshuis op om de dood van zijn vader Neeson te wreken, die vermoord is door Day-Lewis. Deze 'Bill the Butcher' is leider van de Natives, bendeleden die op Amerikaanse grond geboren zijn, in tegenstelling tot de vele immigranten in de stad. De romance tussen DiCaprio en Diaz voelt aan als een verplicht nummer, maar dat wordt ruimschoots goedgemaakt door de prachtige vormgeving, adembenemende massascènes en de ronduit briljante Day-Lewis. Hij speelt als Bill, vaderfiguur en psycho in één, de rest van de acteurs compleet van het scherm.