Filmrecensie
Voor de gemiddelde regisseur is de sportwereld met zijn omkoping, vriendjespolitiek en dopingschandalen misschien een loodzwaar onderwerp, maar Oliver Stone is na zijn gegraaf in het hoe en waarom van de Vietnamoorlog en de moord op JFK wel wat gewend. Niet dat Any Given Sunday zo'n luchtig werkje is geworden als Stones U-Turn, want alle schandalen die je kunt verzinnen bij het American football-circus komen aan bod. Of dat zo'n slimme zet is geweest, valt te betwijfelen, want zelfs met een speelduur van zowat tweeëneenhalf uur blijft alleen het bij het aanstippen van alle sores van footballcoach Pacino. Deze veteraan heeft de taak om zijn matig presterende team naar de superbowl te leiden, maar dat gaat allesbehalve gladjes. Zijn sterspeler Quaid heeft zijn beste tijd gehad, de talentvolle nieuweling Foxx heeft schijt aan zijn bevelen en teameigenaresse Diaz is hem liever kwijt dan rijk. Laat het maar aan Pacino over om deze getergde ijzervreter als een huis neer te zetten, en zo de film te dragen. Natuurlijk laat Stone zich ook niet onbetuigd: met de scènes op het speelveld geeft hij het begrip `in your face' nieuwe dimensies. Zijn razende montage, ultrakorte shots, vindingrijke camerawerk en beukende geluidseffecten smijten de kijker midden in de actie. Ook de ondersteunende cast laat vuurwerk zien: vooral Foxx en Diaz springen eruit met gepassioneerd spel. Stone en Pacino hebben al eerder met elkaar te maken gehad bij Scarface, waarvoor Stone het scenario schreef.