Filmrecensie
Voor Foster was deze wat serieuzere versie (zonder liedjes dus) van de musical The King and I van Rodgers en Hammerstein haar terugkeer op het witte doek na een afwezigheid van twee jaar. Met haar staat van dienst in gedachten had daar meer van verwacht mogen worden dan dit rommelige drama. Om en nabij het jaar 1860 verhuist Foster naar Siam, tegenwoordig Thailand geheten, om de kinderen van koning Chow Engels te leren. Dat de geëmancipeerde lerares moeite heeft met de stugge gang van zaken aan het hof, viel te verwachten. De voor Oscars genomineerde sets en kostuums zijn prachtig, net als de locaties in Maleisië, dat uitstekend voor Thailand kan doorgaan. Het script laat het echter afweten: de mix van romantiek en oorlogsdrama pakt niet goed uit en levert een paar langdradige passages op. De film weet simpelweg geen plotlijn als rode draad te kiezen en raakt zo snel de weg kwijt. De uitwijk naar Maleisië moest gemaakt worden omdat men in Thailand het suggereren van een relatie tussen de koning en een Europese vrouw ongepast vond. Regisseur Tennant zat met zijn vorige, Ever After, ook al tussen de kostuums.