Filmrecensie
Deze geniale zwarte comedy speelt zich af in de straten van New York, het terrein waar regisseur Scorsese zich het beste thuisvoelt. De neurotische kantoorwerker Dunne maakt een afspraakje met Arquette, maar op weg naar haar flat waait zijn geld uit het raampje van de taxi. Hierdoor is het voor hem onmogelijk om thuis te komen, en is hij genoodzaakt de hele nacht door te brengen in SoHo, waar de vreemdste types hem in bizarre situaties doen belanden. Dunne ontvlucht het appartement van Arquette, belandt bij de duffe serveerster Garr, wordt aangezien voor inbreker en krijgt het aan de stok met een wraakzuchtige troep buurtbewoners, aangevoerd door een mannenhatende ijsverkoopster. De mensen die Dunne tijdens zijn nachtmerrie-achtige avontuur ontmoet lijken stuk voor stuk normaal, maar blijken allemaal een schroefje los te hebben zitten. De film heeft wat overeenkomsten met John Landis' Into the Night, maar weet door het perfect sluitende scenario vol bizarre symboliek wat meer diepgang aan het geheel toe te voegen. De vertolking van Dunne, die tevens co-producent was, is perfect, en hetzelfde geldt voor de immens vermakelijke bijrollen.