Filmrecensie
Zoals in meer verhalen van Stephen King is de hoofdpersoon van 1408 een schrijver: Cusack verdient een aardige boterham met z’n boekjes waarin hij verslag doet van zogenaamde spook-hotelkamers. Telkens blijken het loze verhalen te zijn, maar door het spel mee te spelen, beoordeelt hij de kamers nog wel eens met vier of vijf schedels (uit tien). Dus als hij een tip krijgt over kamer 1408 (1+4+0+8 = 13) van het Dolphin hotel in New York, is hij bij voorbaat al niet onder de indruk. Net zo min als over het feit dat de kamer niet beschikbaar is en dat hotelmanager Jackson alles doet om hem van zijn plan te laten afzien. Niet uit bezorgdheid, maar omdat-ie geen zin heeft om de rommel op te ruimen. Dit is één van de leukste scènes, omdat Cusack fantastisch is als de cynische schrijver, die zich niet uit het veld laat slaan door de opsomming van dodelijke voorvallen in de 1408. Dat is daarna een stuk minder, als de cynicus hem toch echt begint te knijpen, nadat de eerste plaagstootjes zijn uitgedeeld. Omdat je weet dat het steeds erger wordt en dat er elke minuut iets kan gebeuren, sluipt de spanning er al snel uit, terwijl de opbouw juist zo aardig was. Dus zit je de hele tijd naar een leeglopende ballon te kijken.